844 miljoen mensen zonder basisdienst voor drinkwater, 2,3 miljard zonder toilet

Kpodji was een van de Beninese dorpjes die met ondersteuning van Protos en zijn lokale partners 'FDAL' werden: Fin de Défécation à l'Air Libre, vrij van openbare ontlasting. Nog steeds 892 miljoen mensen doen hun behoefte in de openlucht. © Zoë Parton

In het nieuwe rapport van het Joint Monitoring Programme (JMP) geven de Verenigde Naties een update over de wereldwijde toegang en dienstverlening met betrekking tot drinkwater, sanitair en hygiëne. Dit kersverse rapport is het eerste sinds de start van de SDG’s, de Sustainable Development Goals. De data werd verzameld in 2015 en toont dat er sinds 2000 heel wat vooruitgang is geboekt, maar dat er ook nog heel wat werk aan de winkel is opdat iedereen tegen 2030 toegang zou hebben tot basisdiensten voor drinkwater, sanitair en hygiëne.

In vorige JMP-updates – over de voortgang van de Millenniumdoelstellingen of MDG’s – werden cijfers gerapporteerd over ‘verbeterde’ en ‘onverbeterde’ voorzieningen voor drinkwater en sanitatie. De SDG’s streven naar ‘veilig beheerde diensten’ en leggen bijkomende eisen op aan de verbeterde voorzieningen: het thuis beschikken over drinkwater dat vrij is van besmetting en beschikbaar is wanneer nodig, en toiletten die niet gedeeld worden met andere huishoudens en waarbij de uitwerpselen veilig worden afgevoerd en behandeld. Sinds dit jaar zijn er ook (beperkte) cijfers over het aantal mensen die over zeep en water beschikken om de handen te wassen. Dit is een nieuwe indicator die wordt opgevolgd in het kader van SDG 6.2.

In 2015 kon 71% van de wereldbevolking gebruik maken van veilig beheerde diensten voor drinkwater: 5,2 miljard mensen hadden een drinkwatervoorziening in of aan hun huis, en konden beschikken over onbesmet drinkwater wanneer ze het nodig hadden. Een bijkomende 17% (1,3 miljard mensen) moet het stellen met een basisdienst: een verbeterde drinkwaterbron die op een kwartier afstand ligt (30 minuten heen en terug). 844 miljoen mensen hebben zelfs deze basisdienstverlening niet: ze zijn langer dan een halfuur onderweg om drinkwater te halen (263 miljoen mensen), zijn aangewezen op een niet-verbeterde bron zoals een put of bron waar ook dieren van drinken (423 miljoen) of drinken oppervlaktewater uit rivieren, meren of kanalen (159 miljoen).

In 2015 beschikte 89% van de wereldbevolking minstens over een basisdienstverlening voor drinkwater. © JMP, fig. 14

Amper 39% van de wereldbevolking kan gebruik maken van een veilig beheerde dienst voor sanitatie: 2,9 miljard mensen hebben een eigen sanitaire voorziening die ze niet moeten delen met andere huishoudens, en kunnen er op rekenen dat hun uitwerpselen veilig worden afgevoerd en behandeld. 2,1 miljard mensen (29% van de wereldbevolking) heeft ook een eigen sanitaire voorziening, maar kan slechts gebruik maken van een basisdienst: de uitwerpselen worden niet afgevoerd of behandeld. De overige 32% van de wereld – 2,3 miljard mensen – stelt het met nog minder: hun toilet is gedeeld met andere huishoudens, of het is een niet-verbeterde voorziening (bijvoorbeeld een simpel gat in de grond) of ze hebben eenvoudigweg geen voorziening. Nog steeds doen 892 miljoen mensen hun behoefte in de openlucht. Dat zijn er 337 miljoen minder dan in het jaar 2000. In alle regio’s daalde dit cijfer, behalve in sub-Sahara Afrika en Oceanië.

Er is een groot gebrek aan data over hygiëne, waardoor het moeilijk is om goede schattingen te maken op wereldniveau. In de Minst Ontwikkelde landen beschikt slechts 27% over de mogelijkheid om de handen te wassen met zeep en water.

Op naar universele toegang tot basisdiensten?

Hoewel SDG 6.1 en 6.2 wereldwijd en voor iedereen mikken op een hoge vorm van dienstverlening met betrekking tot drinkwater en sanitair – de ‘veilig beheerde diensten’ – staan veel ontwikkelingslanden nog onderaan de serviceladder. Met het doel armoede overal en in al haar vormen te beëindigen, streeft SDG 1.4 onder meer naar universele toegang tot basisdiensten, met een focus op arme en kwetsbare groepen.

Tussen 2000 en 2015 steeg het aantal mensen die toegang hebben tot een basisdienst voor drinkwater met 0,49 procentpunten per jaar. Latijns-Amerika, de Caribische regio, Oost-Azië en Zuidoost-Azië zijn goed op weg naar universele toegang tegen 2030. Sub-Sahara Afrika blijft achterop hinken.

Basisdiensten voor sanitair groeiden met 0,63 procentpunten in diezelfde periode. Dat is sneller dan de basisdiensten voor drinkwater, maar de achterstand is veel groter en geen enkele regio (behalve Australië en Nieuw-Zeeland) lijkt op weg om tegen 2030 tot universele toegang te komen. Meer nog, in 1 op 7 landen lijkt het gebruik van basisdiensten voor sanitatie achteruit te gaan. Hoewel iedereen een toilet in of aan zijn huis zou moeten hebben tegen 2030, lijkt het in sommige regio’s beter om op korte termijn in te zetten op kwalitatieve gedeelde sanitaire voorzieningen.

Hoewel hygiëne belangrijk is in functie van openbare gezondheid, werd dit nooit vertaald naar targets of indicatoren binnen de MDG’s. Het JMP zal voortaan opvolgen hoeveel mensen thuis over een voorziening beschikken om hun handen met zeep te wassen (dit wordt beschouwd als een basisvoorziening) en hoeveel mensen wel een voorziening hebben, maar geen water en/of geen zeep (beperkte voorziening). Voorlopig is vooral data uit sub-Sahara Afrika beschikbaar: amper 15% van de inwoners beschikt over de mogelijkheid om thuis de handen met zeep te wassen.

Veilig beheerde diensten voor drinkwater en sanitatie: tijd een om een tandje bij te steken

Wereldwijd tot veilig beheerde diensten voor drinkwater komen is erg ambitieus. Dit hoogste serviceniveau impliceert een aansluiting in of aan het huis, met water dat beschikbaar is wanneer nodig en dat niet fecaal of chemisch besmet is.

Wereldwijd kon in 2015 55% van de landelijke bevolking en 85% van de stedelijke bevolking gebruik maken van veilig beheerde diensten voor drinkwater. In regio’s waar er voldoende data beschikbaar was om nationale schattingen te maken, varieerde de dekkingsgraad van 24% in sub-Sahara Afrika tot 94% in Noord-Amerika en Europa. Amper een derde van de inwoners van de Minst Ontwikkelde Landen kan gebruik maken van dergelijke diensten.

Wereldwijd is de verhouding gelijk tussen mensen die aangesloten zijn op een rioleringsnet (‘sewer’) en mensen die een septische put of latrine gebruiken (‘on-site’). Er zijn wel grote regionale verschillen. Getallen in % van de bevolking. © JMP, fig. 43

De uitdaging is nog groter om wereldwijd tot veilig beheerde diensten voor sanitatie te komen. Er is nog heel wat werk aan de winkel opdat iedereen een eigen toilet heeft – niet gedeeld met andere huishoudens. Bovendien betekent dit serviceniveau dat excreta op een veilige manier verwijderd en behandeld worden: ofwel worden uitwerpselen afgevoerd via een rioleringsnet en behandeld in een waterzuiveringscentrale, ofwel ledigt een ruimdienst de latrine- of septische put en wordt het slib behandeld (of het wordt ter plaatse behandeld en veilig opgeslagen/begraven). 38% van de wereldbevolking is aangesloten op een rioleringsnet, maar niet alle riolen leiden naar een zuiveringsstation. En nog eens 38% van de wereldbevolking maakt gebruik van een septische put of verbeterde latrine.

Ongelijkheden wegwerken

De Sustainable Development Goals hebben een belangrijkere focus op het wegwerken van ongelijkheden dan de Millenniumdoelstellingen. SDG 10 streeft specifiek naar het verminderen van ongelijkheden tussen landen onderling, en in de landen zelf. Het JMP heeft in 2016 haar database geherstructureerd en zal voortaan bijkomende informatie verzamelen om de SDG’s gedetailleerder te monitoren. Momenteel is er geen data die uitgesplitst kan worden naar bijvoorbeeld inkomen, geslacht, leeftijd, ras, migratiestatus, handicap…

Wat wel kan worden vastgesteld is dat het verschil in dekkingsgraad van basisdiensten tussen de rijksten en armsten groter is voor sanitatie dan voor drinkwater en hygiëne.

Het in kaart brengen van de ongelijkheden met betrekking tot veilig beheerde diensten is nog moeilijker, vanwege een gebrek aan data. Voor de landen waarvoor data beschikbaar is, kan wel geconcludeerd worden dat deze diensten (zowel voor drinkwater als sanitatie) een veel hogere dekkingsgraad hebben in stedelijk milieu dan in landelijk milieu.

 

Bron: JMP 2017 (https://washdata.org/reports)